Darrell L. Guder – The Continuing Conversion of the Church (2000)

[Lees in 10 minuten] Guder legt de nadruk op zending in de veranderde westerse samenleving en stelt dat er diepgaande veranderingen nodig zijn in richting en doordenking van de theologie en praktijk van de kerk, met de focus op de doorgaande reformatie van de kerk.

1. Guder stelt dat theologie van evangelisatie geworteld moet zijn in een Bijbelse theologie van missie, en gevormd door het evangelie dat ze wil verkondigen. Het goede nieuws van Gods openbaring met de climax in Jezus Christus incarnatie, verkondiging over het Koninkrijk, kruis en opstanding vormt het hart van de christelijke zending. De kerk is geroepen en gevormd om in heel de wereld getuige te zijn van dit goede nieuws dat in Christus de redding van de schepping, het hart van de Missio Dei, is aangebroken. Getuigen omvat volgens Guder de belangrijkste termen in het NT waarmee de roeping van de kerk wordt aangeduid: gemeenschap, verkondiging en dienstbaarheid. De kerk als getuige is net als Jezus zelf de boodschap als de brenger van de boodschap. Wat ecclesiologie betreft ziet Guder de kerk vanuit een theocentrische, Christocentrische, pneumatologische, historische en eschatologische fundering dus als volgt: “Gods people are called and equipped for witness as particular communities whose lives and actions are a continuing demonstration of their message.” Deze gemeenschap verspreidt het getuigenis over de aarde door het te verhalen naar elke cultuur.

2. “Mission is to be a continuing process of translation and witness, whereby the evangelist and the mission community will discover again and again that they will be confronted by the gospel as it is translated, heard, and responded to, and will thus experience ongoing conversion while serving as witness.” De uitdagingen waar de kerk als getuige en als getuigenis vandaag voor staat zijn het menselijke verlangen om controle over het Evangelie te houden en het risico van vertaling van het Evangelie in andere culturen zonder de kern daarvan te verliezen. De vertaling naar een andere cultuur zorgt er voor dat het culturele reductionisme (menselijke reductie + controle) van het Evangelie weer gezuiverd wordt. In de huidige tijd is het evangelie door controle en reductie geslonken tot individuele redding, waar redding is losgetrokken van de reden waarom we gered zijn, namelijk deelname aan Gods missie. Kerken die alleen maar verkondiging benadrukken of zending zien als louter evangelisatie zijn uitwerkingen van dit gereduceerde evangelie. Nodig is dat we ons bekeren en laten hervormen door Jezus Christus’ voorbeeld.

3. Implicaties zijn dat de nadruk moet komen liggen op het getuigen door de lokale congregatie. “The basic unit of Christian community is formed and lives out its witness in particular places, where its members can gather regularly for worship and work.” Deze gemeenschap wordt gekenmerkt door: “proximity, frequency of direct contact with one another, mutually supportive relationships, sharing of resources, struggling and growing together in faith…. The people of God must have a visible, tangible, experiencable shape.” Dit komt voor uit de Missio Dei omdat God zo op iedere specifiek plaats door Zijn Geest incarneert om van Jezus Christus te getuigen. Hoe ziet de hervorming van de gemeente er dan uit?

  • “Evangelization as the heart of ministry means that the gospel centered community continually encounters and celebrates Christ. This is the purpose and witness of public worship;”
  • Hervorming “happens as Christ commissions the community to be his witnesses, to do his witness, and to say his witness. Continuing conversion is to Christ’s salvation and thus to his mission;”
  • “The Holy Spirit shapes God’s people for mission through the continuous encounter with the Scripture. Continuing conversion happens as the community “indwells” Scripture;”
  • Christ gives the ministry of the Word to the community to equip it for its mission through the encounter with the biblical witness (eph. 4:7,11);”
  • Christ converts the community by confronting its conformities. Evangelism as the heart of ministry grapples with gospel reductionism.”

Een volwassen gemeente zal dan toegewijd zijn aan het incarnationeel getuigen, zal congruentie laten zien tussen woord en daad in het Evangelie, zal bewust conformisme confronteren, en zal open staan voor doorgaande reformatie.

Discussie

Guder neemt zijn uitgangspunt in de Bijbel voornamelijk op de gerichtheid van het NT op evangelisatie. Wright vormt met zijn fundering vanuit het OT een waardevolle aanvulling op Guder. Waar Guder in de roeping van de kerk als getuige nog meer weer aangevuld door Wright is op het gebied van de holistische bediening van de kerk. De kerk is niet alleen geroepen om het Evangelie te verkondigen maar de kerk is geroepen om bij te dragen aan Gods reddingplan voor de hele schepping. Is het niet met woorden over Jezus dan wel met daden van liefde en praktische hulp. Als wij Jezus als zendeling en als boodschap zelf moeten brengen, dan brengen wij Jezus zowel in onszelf als in onze boodschap. We zijn dus zelf een levend getuigenis, als hetgeen waarvan we getuigenis afleggen. Helaas, en Guder ziet dat ook in, heeft de protestantse traditie te vaak de nadruk gelegd op de verkondiging als getuigenis in plaats van het getuigen in haar eigen wezen. Waar Wright overigens vanuit het OT meer waarde heeft is hoe de geschiedenis met het bevrijde volk als getuige van JHWH verder is verlopen en wat wij in de kerkgeschiedenis daarvan hebben kunnen leren. Wright en Guder komen overeen hoe de kerk in deze tijd wel de nadruk sterk heeft gelegd op het gered zijn, maar het tweede deel van haar roeping vergeten is. Ze is gered met een doel. Redding heeft alleen betekenis als het ook een richting krijgt. (Origineel idee van NewBigin: Election for mission). Mooi hoe Tom Wright vanuit een NT invalshoek in plaats van een missiologische invalshoek dezelfde conclusie trekt: Er zit in de belijdenis van de kerk een verbazingwekkend gat tussen geboorte en sterven van Jezus. Wat gebeurt er in ons leven als christen? Zitten we in een soort ruimtecapsule op weg naar de nieuwe hemel en aarde? Nee, we worden aan het werk gezet en ons werk hier op aarde doet ertoe voor de nieuwe hemel en aarde. 1 Kor. 15. 

Walls gaat dieper in op het probleem dat Guder aan de kaak stelt op het gebied van het risico van vertaling van het Evangelie in talen van andere culturen en het risico dat daarbij genomen moet worden. Guder laat zien hoe het Evangelie niet alleen de ontvangende cultuur transformeert maar ook de zendende cultuur, als een tweesnijdend zwaard. 

Interessante aanvulling op Guder is Missional Map-making van Roxburgh: Guder stelt dat de neiging tot controleerbaarheid het Evangelie ongezond heeft gereduceerd tot een boodschap van persoonlijke individuele redding, waarin we er diep van doordrongen moeten zijn hoe diep dit in het systeem van de kerk is doorgedrongen. Roxburgh stelde al dat de moderne maps ons denken op heel diep niveau bepaald hebben en het moeilijk is om die maps los te laten. Hij beschrijft een manier voor lokale gemeenschappen om te ontdekken waar God mee bezig is. Dit sluit mooi aan bij Guders idee dat elke gemeenschap de creativiteit krijgt door de Geest om te ontdekken welke vorm deze gemeenschap zou moeten krijgen op deze specifieke plek.(180) Ook de praktische insteek voor de nieuwe lokale gemeenschappen van Guder is net een meer conceptueel niveau dan Roxburgh. In het overdenken van een plaatselijke gemeente zouden beide boeken goed naast elkaar gebruikt kunnen worden.

Oordeel

Maar is het echt nodig om andere culturen te ontmoeten voor een terugkeer naar het ware Evangelie? Mijn eerste gedachte is dat het zien van  het brede veld aan kerkelijke stromingen vrijwel een totaalbeeld oplevert waar alle aspecten van het Evangelie wel worden benadrukt. Zoals ik bij Karkkainen al betoogde dat de free churches een soort profeten zijn in de tegenspraak die zij bieden aan heersende religies. Toch geloof ik ook wat Bevans en Schroeder zeggen dat doordat het Evangelie in elke cultuur anders gecontextualiseerd wordt, er nieuwe betekenissen in het Evangelie ontstaan. Om het volle Evangelie te kennen moet het Evangelie dan wel over heel de aarde verspreid worden.

Mooi hoe Guder beschrijft dat gedurende het proces van getuigen, de getuige zelf ook een voortdurende transformatie ondergaat. Als we dit koppelen aan de zending van Jezus zelf als getuige en boodschap tegelijk is misschien in de zending naar verschillende landen en de zending naar mensen om je heen het proces van ontmoeting, groei in relatie,  hoop, lijden, sterven en opstanding wel aanwijsbaar. Ik herken wel het willen veranderen, het stuiten op verzet, het moeten loslaten en zwijgen en het vervolgens zien ontstaan van iets nieuws. Je plant een zaadje en je denkt dat het sterft, maar na een koude donkere winter komt het echt op in de lente. Ik vind het wel interessant om deze fasen te verbinden aan kerkopbouwmodellen van bijvoorbeeld Te Velde of Stoppels. 

Een gedachte die bij de neiging om het evangelie te controleren weer in mij opkomt is dat we in confrontatie met de huidige seculiere cultuur misschien wel meer zouden moeten loslaten van wat we dachten dat primair was voor het Evangelie. De Joden moesten toch uiteindelijk de tempel zelf leren loslaten! Zou het niet zo zijn dat de kerk zoals we hem kennen en belangrijk achten, echt moet worden losgelaten als risico om echt missionair te zijn in de huidige post-christelijke samenleving.

Waar Guder schrijft over het getuigenis van verschillen en disputen tussen kerken onderling moet ik denken aan het oordeel van de verstrooiing van het volk Israel. Dan is het getuigenis weer passend voor hoe het Gods volk vergaat. Ook hoe de bijbel schrijft dat Israel eerst wordt weggevoerd en daarna Juda, lijkt op hoe Guder schrijft dat we elkaars proces moeten respecteren omdat deze doorgaande reformatie overal op een andere manier gaat.

Ik vind Guder overigens wat zwak in zijn onbeargumenteerde stelling op pagina 79 dat redding niet cyclisch is maar op weg naar iets nieuws. Er is namelijk erg veel te zeggen voor een terugkeer naar de oorspronkelijke situatie in het Paradijs en een omdraaiing die gaande is, waarin alle gevolgen van de zonde teniet worden gedaan. In dat opzicht is de spraakverwarring bij Babel inderdaad teruggedraaid bij Pinksteren. Een andere mogelijkheid is ook dat het niet voorwaarts gaat, maar dat het opnieuw begint, waar het OT een model is van de geschiedenis na Jezus Christus, de nieuwe Adam. Een van de dingen die we als westerse theologen moeten leren is dat we beperkt zouden kunnen zijn door ons chronologische wereldbeeld en onze chronologische vertelling van de heilsgeschiedenis.

Martijn Dreschler, MA Missionaire Gemeente, 24 april 2015 (Theologische Universiteit, Kampen)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: