Veli-Matti Kärkkäinen – An Introduction to Ecclesiology (2002)

[Lees in 10 minuten] De in de afgelopen decennia toegenomen interesse in Ecclesiologie (de leer van de kerk) lijkt tegenstrijdig met de pluralistische postmoderne afkeer van een collectief instituut als de kerk. Kärkkäinen verklaart deze toenemende interesse door de groeiende oecumenische beweging, de snelle groei van christendom buiten het Westen en de opkomst van niet-traditionele vormen van kerken, zogenaamde “Free churches” in het Westen en elders. Één van de grootste ecclesiologische veranderingen in de afgelopen tijd is dat de traditionele hiërarchische kerkmodellen worden losgelaten en er meer modellen ontstaan die gericht zijn op de deelnemers en de vorming van gemeenschap. De locus van het denken over de kerk binnen de (systematische) theologie is in de verschillende oude en hedendaagse stromingen grotendeels gelijk, namelijk dat de  redding individueel ontvangen wordt en daarna wordt onderhouden in de kerk.

Gereformeerde kenmerken van de ware kerk volgens Calvijn zijn de prediking van Gods Woord en de juiste bediening van de sacramenten. Vooral de integrale samenwerkende en wederzijds steun biedende relatie tussen kerk en staat is onderscheidend voor Calvinistische ecclesiologie. Hij legde de nadruk op de zichtbaarheid van de kerk en onderscheidde het geloof in de kerk van het geloven van (wat) de kerk (zegt). De ene ware kerk werd zichtbaar waar Gods redding door Woord en sacrament voor iedereen werd aangeboden, maar slechts enkelen (alleen voor God bekend) geloofden en accepteerden dit aanbod echt. Karl Barth bekritiseert de gereformeerde zelfvoldaanheid vanwege haar gebrek aan missiologische oriëntatie.“… for Barth the main task of the church is to be a witnessing community rather than a means of grace, which in his understanding was the Reformers’ emphasis.” In de  “free church ecclesiologies” wordt de kerk gezien als gemeenschap van bekeerde gelovigen. Hier ligt ook de nadruk op individuele toegang tot God zonder tussenkomst van sacramenten en als kerk van gelovigen is zij eigendom van Christus en is deelname aan de kerk vrijwillig. Ook benadrukken zij het onderscheid tussen de kerk en de wereld, wordt het priesterschap van alle gelovigen benadrukt en staan discipline, zending en getuigen centraal voor ieder gemeentelid. Vanuit het baptisme heeft McClendon Jr. een belangrijke bijdrage geleverd aan de ecclesiologie. Hij legt de nadruk op de door God binnengehaalde kerk als narratieve lokale gemeenschap, koinonia, waar discipelen samenkomen en elkaar ontmoeten, gericht op de bestudering van de Schriften. Newbigin legt sterk de nadruk op een missionaire ecclesiologie en legt steeds meer nadruk op kerk zijn in een westerse postmoderne cultuur. Daar komt het er niet op aan om aan te passen aan de cultuur, maar om haar zendingsopdracht af te maken. Daarvoor is een kritisch herverstaan voor christelijke theologie nodig, om van daaruit weer een ander geluid te laten horen dan de cultuur. Over contextuele ecclesiologie in een postchristelijke samenleving schrijft Kärkkäinen op basis van Harvey dat de kerk als “another city” niet terug moet grijpen op oude institutionele vormen maar moet ontdekken wat haar unieke geluid is, en zich daarin moet laten horen als een ander geluid in de wereld met de nadruk op Jezus als Heerser over dit aangebroken Koninkrijk.  De waarde van de kerk in het 3e millennium is dat: “In our fragmented world, with so many people looking for their roots and meaning, a community with purpose and hope for the future will be something to look for.”

Discussie

De “free churches” benadrukken volgens Kärkkäinen het priesterschap van alle gelovigen. De vraag is alleen voor wie zijn zij dan priester. Mogelijk dat Paas terecht erop wijst dat de priesterrol van de christenen  niet alleen een onderling priesterschap is, maar een priesterschap als bemiddelaar tussen God en de samenleving.

Een belangrijke bijdrage volgens Kärkkäinen is de nadruk van “free churches” op zending en evangelisatie, niet als een taak maar als het doel van de kerk. Chris Wright bouwt vanuit evangelicale hoek een stevig Bijbelstheologisch fundament onder deze gedachte. Hij beschouwt namelijk, op basis van de Bijbel, de kerk als participant in Gods missie, waardoor de kern van kerk zijn haar zending in de wereld is.

Wat opvalt is hoe sterk de invloed van Newbigin is geweest in het ontstaan van dit missionaire bewustzijn. Sterk vind ik het bezwaar van Newbigin bij de verdedigende reactie van protestantse theologie op de uitdagingen die ontstonden in het Westen na de Verlichting. Hiermee heeft het christelijk geloof zichzelf buitenspel gezet. Hij laat hiermee een ander geluid horen dan veel sociologen en theologen, bijvoorbeeld Dekker en Stoffels, die de secularisatie voornamelijk wijten aan de gevolgen van de modernisering. Door de bal bij de theologie zelf te leggen, krijgen wij ook de mogelijkheid om te leren van onze fouten en  hoeven we niet machteloos toe te blijven kijken. In plaats van een focus op het probleem schept Newbigin een kans voor christelijke theologie.

Waar door de missionaire wending, zoals beschreven door vele missiologen waaronder Hirsch en Frost, de kritiek op christendom en kerk als religieus verschijnsel is toegenomen en de aandacht binnen de kerken steeds meer verschuift naar discipelschap en zending kunnen Yoders en McClendons visie over de relatie tussen de Gemeente en het volk Israël gebruikt worden om nieuw Bijbels fundament te leggen onder de betekenis van kerk zijn in deze periode. Iets waar Kärkkäinen ook het belang van inziet als hij in zijn epiloog stelt dat de kerk een ander geluid moet blijven laten horen. Als volgens Yoder Gods gave aan Israël totaal anders was dan wat de omliggende goden hadden te bieden en Jezus een dienende gemeenschap creëerde  ten overstaan van de aardse overheden, moet de gemeente nu zich niet onder het gezag van wereldse machten en religies stellen, maar trouw en totaal gehoorzaam zijn aan God. McClendon draagt hieraan bij door zijn vergelijking van de kerk met Jeremia en het volk in ballingschap dat ertoe heeft geleid dat de Joden konden getuigen over God in vreemde landen, maar ook dat zij steeds harder werden onderdrukt.

Review

Kärkkäinen geeft vanuit verschillende kerkelijke stromingen, hedendaagse theologen en contextuele vormen van kerk-zijn een zeer compleet en door het beperkte aantal pagina’s per onderwerp een zeer toegankelijk overzicht van de theologische discipline ecclesiologie, met waarde voor het nadenken over de kerk in de hedendaagse context in West-Europa.

In het nadenken over de rol van de radicale reformatie en de anabaptisten en het vergelijken daarvan met de Bijbelse geschiedenis moet ik sterk denken aan de rol van de profeten ten opzichte van de koningen van Israël en Juda. In een verdeeld religieus en cultureel landschap predikt een kleine stem in de woestijn een boodschap van radicaal geloof en persoonlijke relatie met God. In haar nadruk op een locaal, door de Geest vervulde, op zending gericht en praktisch onderscheidend discipelschap is zij, zoals de profeten radicaal voor God konden leven: “Almost too good to be true.” De rol van Johannes de Doper lijkt in dat opzicht ook op de rol van de doperse stroming. Zou mijn eigen calvinistische machtige invloedrijke traditie sterk lijken op de rol van de Farizeeën ten opzichte van Johannes de Doper en zouden Herodes en de Romeinse macht exemplarisch kunnen zijn voor de seculiere overheid?

Als ik de grote, en misschien wel sterk toegenomen, interesse in sport, mindfulness, dierenrechten, duurzaamheid, voeding etc. in de huidige samenleving zie (bijvoorbeeld in de Albert Heijn biologisch voedsel actie), bekruipt mij het gevoel dat we leven in een eeuw waarin een of andere nieuwe wind waait die een beweging naar het aardse, lichamelijke, het kwetsbare en natuurlijke veroorzaakt. Na het tijdperk van de agrarische samenleving zijn we als westerlingen na de Verlichting totaal doorgeschoten in een blinde rationaliteit, waarin we onder andere verleerd zijn te beseffen dat het radicaal tegen onze menselijke natuur ingaat om dagenlang binnen te zitten zonder daglicht en beweging, om ongezond fastfood zonder enige rust of aandacht binnen no-time naar binnen te werken of om spanning en stress te onderdrukken in plaats van eruit te gooien. Maar zoals de heerser van deze wereld de schepping en de mensheid niet meer in zijn macht heeft kunnen houden door de overwinning van Jezus Christus, zoals dictators landen niet eeuwig hebben kunnen onderdrukken, zoals mannen hun macht over de vrouw niet hebben kunnen vasthouden, zoals ons hoofd  ons lichaam tijdens ons leven niet kan blijven controleren, zo komt nu in deze eeuw het zwakke, het kwetsbare en het goede tevoorschijn vanuit het lichaam, vanuit de deelnemers, vanuit de zachte, de machteloze en weerloze stem van het volk, vanuit het roepen van de armen en de zieken, vanuit het huilen van kinderen. De zachtheid van de liefde overwint de hardheid van het kwaad. Zo heeft Jezus Christus de heerser van de wereld en de dood overwonnen, door zijn vijanden lief te hebben en de dood te omarmen. De opkomst van de vrije kerken kan, buiten sektarisme en zelfgenoegzaamheid om, in mijn ogen deel uitmaken van een machtige Goddelijke handeling waarmee Gods Geest in deze tijd weer laat zien waar het werkelijk om gaat.

Ik heb geleerd dat in de beweging van mijn ratio naar mijn gevoel, die ik heb leren te maken met mindfulness en therapie, bij inzicht in overheersing van het één de oplossing te ver doorschiet in het andere. Dit principe van these en antithese, dat ook al terugkomt in de geschiedenis, moet daarom uitmonden in een synthese van dienende samenwerking in de dans tussen hoofd en hart, tussen denksysteem en voelsysteem, tussen man en vrouw, tussen wetenschap en geloof, tussen kerk en samenleving, tussen hemel en aarde en tussen God en schepping. De ratio, de man, de kerk enzovoort hebben zeker waarde en moeten hun bestaan niet opgeven, nu de nadruk weer meer komt te liggen op gevoel, vrouw en samenleving. Het gaat om de juiste dienende samenwerking te vinden tussen het sterke en het kwetsbare, allebei door God geschapen. Efeze 5 vanaf vers 20 pas ik dan niet alleen toe op man en vrouw maar ook op alles wat masculien en feminien wordt genoemd. Een interessant boekje dat onder andere gaat over dat wat vrouwelijk en mannelijk wordt genoemd en de samenwerking daartussen is Christus ontvangen van Philip Troost. Volgens mij is hier een stukje van goddelijke orde in de schepping te zien, waar wij als mens in onze relatie tussen man en vrouw het beeld van God weerspiegelen. Misschien moet er dan ook een derde partij in rekening worden gebracht, wat bij Wright bijvoorbeeld de arena van Gods missie wordt genoemd. Dan vormen ratio en emotie, je denk- en voelsysteem, weer een gezond huwelijk waarin goed wordt gezorgd voor het kind in jezelf en goed wordt geluisterd naar je eigen lichaam. Dan bieden man en vrouw in hun zorgende dienende ouderschap een liefdevolle veilige haven voor hun kinderen om op te groeien en zelf volwassen te worden. Dan worden voorgangers en de belijdende gemeente samen de ouders waar nieuwe christenen worden geboren. Dan vormen overheid en kerk samen de zorgende, opvoedende en beschermende ouders van de samenleving. Dan vormen Christus als bruidegom en de vernieuwde mensheid als bruid samen de ouders die liefdevol eeuwig heersen over de vernieuwde schepping.

Martijn Dreschler – Master Missionaire Gemeente, 24 april 2015 (Kampen)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: