Milton J. Coalter & Virgil Cruz (Eds.) – How Shall We Witness? (1995)

[Lees in 7 minuten] Het gaat in dit boek om een gereformeerde theologische fundering van hoe we zouden moeten getuigen. De eerste vraag wordt beantwoord door Albert Curry Winn en deze luidt: wat is het Evangelie? Het komt van ‘goed nieuws’, maar wat is dan dat nieuws? Variabelen: Jezus wordt gezien in de synoptici als Verkondiger van het Goede Nieuws: dat ging in preek en onderwijs over het Koninkrijk, en dat belichaamd werd in Hem zelf en was op een bijzondere manier gericht op de armen. In de apostolische verkondiging wordt een enkele keer de boodschap van Jezus herhaald, maar vaker wordt het ingevuld met de komst van Jezus als goed nieuws. De uitwerking in de prediking verschilt behoorlijk: Nu gaat het erom dat de tijd van vervulling is aangebroken, door het lijden, sterven en opstaan en troonsbestijging van Jezus, dat hij nu door de Heilige Geest nu in de kerk tegenwoordig is, dat de volledige vervulling snel zo komen in de terugkeer van Jezus, en een oproep tot bekering, en de gave van vergeving en de Heilige Geest. Het Evangelie van Jezus werd het Evangelie over Jezus. Paulus gaat ook op die tour, maar in zijn brieven ontwikkelt de inhoud zich nog verder, meer gericht ook op heidenen. Constanten zijn:

  1. Het is goed nieuws en geen kwade boodschap over oordeel en straf.
  2. Daarnaast is het nieuws, in de zin dat er fundamenteel iets veranderd is.
  3. Het gaat over Gods handelen.
  4. Het gaat gepaard met strijd en overwinning.
  5. Het strekt zich in hoop en verwachting uit naar de toekomst.

Het Evangelie zoals door Jezus en de apostelen gebracht wordt pas in de vorige eeuw opnieuw gegrepen, onder andere door de val van de Christenheid, wat Eu en VS weer zendingsgebied heeft gemaakt en waar we leren van interculturele inzichten. Een groot probleem is dat we het zo vaak gehoord hadden dat het niet nieuw meer was. Maar nu zien we het steeds meer als echt iets anders en nieuws.

De tweede vraag is: Wat is bekering? DeVries geeft deze definitie: “Conversion is the transformation of a person or community that arises from the discovery or deepening of beliefs about God, self, and world.” Op basis van de geschiedenis komt DeVries tot vijf elementen van een gereformeerde theologie over bekering:

  1. Bekering is een gave van God
  2. Bekering is een doorgaand proces
  3. Bekering vindt plaats in een kerk als gezamenlijke gebeuren.
  4. Bekering wordt op verschillende manieren ervaren en uitgedrukt.
  5. Bekering is niet de taak van de kerk, maar de uitrusting van de kerk, om de taak uit te voeren in de deelname aan Gods werk in heel de schepping.

Lessen zijn dat de kerk zich bij het reguliere onderwijs moet houden, preek en sacrament, onderwijs en opvoeding in het geloofsleven, door deze gewone alledaagse praktijken werkt de Geest bekering. Ook moet de kerk niet alleen maar buiten haar eigen muren gericht zijn. Horen we het Evangelie nog met alle implicaties die daar bij horen? En de kerk moet oppassen bekering niet als een doel in zichzelf te gaan zien, met het hoogste doel om God de eer te geven.

De derde vraag, besproken door Hester, luidt: hoe verhouden onderwijs en evangelisatie zich tot elkaar? Leren is leren hoe te leven als discipelen. Dit vindt plaats in de gemeenschap met andere discipelen, en is doorgaand proces. Onderwijs kan op drie manieren: 1. dat je leert bij de gemeenschap te horen. 2. Dat je kritisch leert reflecteren op de hedendaagse wereld en op persoonlijke situaties.  3. Dat we leren dat het tegelijkertijd wereldverandering is en persoonlijke verandering. Ons leven als discipel van Jezus betekent een leven als burger in de maatschappij, maar dan in de Geest. Evangelisatie is het werk van de kerk in het getuigen van het Evangelie in woord en daad, uitnodigend om deel te nemen in de genade van God. Ook dit is een doorgaande activiteit. Het gebeurt waar en wanneer het Evangelie wordt verkondigd en gehoord en Christus wordt waargenomen in de wereld.

Guder komt aan het eind terug op de vraag om de plaats van gereformeerde theologie van evangelisatie te bepalen. Waar staan we? Guder stelt het probleem vast dat de locatiebepaling moeilijk is, omdat gereformeerde theologie in zichzelf te divers en gepluraliseerd is geraakt. We blijven het moeilijk vinden waar we evangelisatie in onze theologie moeten plaatsen. Hij komt uiteindelijk uit bij de Missio Dei als basis waarin de  plaats van evangelisatie gevonden kan worden. Omdat God ons opzocht, moeten wij uitreiken naar de mensen om ons heen. We moeten volgens Guder rekening blijven houden met het Bijbelse feit dat het gaat om de aanwezigheid van de christen en de kerk in deze wereld, en daarin worden verkondiging, gemeenschap en dienstbaarheid omvat. Daarnaast moeten we woord en daad niet los van elkaar zien, we mogen woorden geven aan het goede nieuws, maar dat is onderdeel van wat we laten zien in daden. Ook moeten we gefocust blijven op Gods doel met deze wereld, niet op het kerk-zijn als doel op zich. We participeren in Gods plan de wereld te veranderen.

Discussie

Het derde punt wat Winn in de synoptische evangeliën ziet als centraal onderdeel van het Goede Nieuws dat Jezus verkondigd is de gerichtheid op de armen. Toch laat bijvoorbeeld Dallas Willard zien dat dit helemaal niet alleen een boodschap voor de armen was, maar dat nu zelfs de armen worden bereikt. Maar ook rijken zijn aangesproken. De voorbeelden die Winn noemt zijn ook op die manier uit te leggen. Vanuit Jezus’ ogen is iedere rijke ook arm, en richting Johannes gaat het niet om de specifieke doelgroep, maar om te laten zien dat deze dingen gebeuren in Hem als bewijs dat Hij de Messias is. Wat laat Wright krachtig zien dat het al begon in het OT, dat het begint met de Exodus, maar nog lang niet klaar is. We denken Jezus in termen van een moment in plaats van een proces van heiliging en verandering. Er is een doorgaande lijn van redding, na de concrete duidelijke redding van straf op de zonden door Jezus. Nu volgt transformatie. Als onderdeel van vervulling van het OT snap ik niet onze en Winn’s blindheid hiervoor. Want volgens mij laten de apostelen naast een toekomstverwachting ook heel veel zien over een doorgaande transformatie.

Met name de laatste van de vijf elementen van bekering die DeVries noemt vindt mooie aansluiting bij wat Chris Wright zegt over de kerk en christen zijn als participant in Gods plan met heel de schepping.

Roxburgh sluit mooi aan bij het gevaar van het zien van bekering als einddoel, want ook hij kijkt juist positief naar de reguliere kerken en praktijken in plaats van heel erg te richten op vernieuwing en verandering. Daar is God aan het werk. Maar kan de lijn die Roxburgh trekt niet nog verder getrokken worden? Is het niet juist in het gewone bestaan van de alledaagse kerken dat het heilige priesterschap op dit moment vervult wordt? Walls stelt bijvoorbeeld dat discipel maken niet zo bedoeld is dat we elke inwoner van een land discipel maken. Als kerk disciplineerden we eeuwen lang de volken van Europa. We staan gewoon op een ander punt in Gods plan volgens mij. Gaat het nu nog steeds om het discipel maken van iedere inwoner, zoals Hester stelt of lijkt onze rol meer op een priesterschap, te midden van gewone mensen? Israël had volgens Wright als grootste probleem dat het niet meer wist waar ze voor gemaakt was. Maar wat blijkt in het OT, de rol die ze moet gaan innemen is een heilig priesterschap voor alle naties. Niet perse een actie, maar een zijn, tussen God en de volken. In het hart van het volk, door er gewoon te zijn, ligt de evangelisatie. Guder komt hier wel op terug. Cruz laat dit ook zien in een artikel dat we niet hoefden te lezen, blijkt uit p.180. 

Review

De vraag naar wat het Evangelie is, is mijns inziens heel interessant. Is het bevrijdende nieuws zo ingebed in de Joodse traditie dat we dat niet los van elkaar kunnen verkopen? Of is het de eenvoudige verkondiging van het kruis van Jezus en zijn opstanding, en de rest zal de Geest duidelijk maken? Dat het deel van Paulus, het Evangelie voor de heidenen, nieuw zou zijn, is gewoon niet waar. Winn noemt dat de hoop ook al in het OT en bij Jezus was, maar tijdens de tijd van Jezus zie je daar al zichtbare voorbeelden van, dat Jezus zich ook richt op de Samaritanen en de Romeinen. Terecht vraagt DeVries aandacht voor missiologische aandacht binnen de kerk, want juist daar is bekering ook nodig. Dat zie ik ook in. Eerst de schapen van het eigen volk, geldt dat niet ook in deze tijd voor onze kerk?

Omdat we in de confessies het Evangelie niet meer als nieuws in de tijd ervaren vinden we het dus zo moeilijk om nu als kerk om te schakelen en de Bijbel analogie met onze tijd te zien. We denken helemaal niet aan de lijnen, die Henk de Jong bijvoorbeeld wel laat zien.

In de praktijk is wat Hester zegt over het leren in de kerk zo beperkt! Want waar leer je nou het meest? Volgens mij in je eigen leven. En wij maar denken dat dit op school, tijdens catechisatie enz. is. Maar het is juist het verbinden van wat je hoort, wat je ziet en wat je ervaart in je alledaagse leven aan dat wat je hoort en verstaat uit de Bijbel, in de kerk. Onderwijs wordt teveel gekoppeld aan normaal onderwijs, terwijl ik ervaren heb dat Geestelijk onderwijs, echt door alle aardse systemen heen loopt. In je eigen huwelijk, omgang met vrienden, sport enz. Natuurlijk werkt de Geest door de kerk. Maar ik zie de Geest op een bepaalt moment in je leven ook persoonlijk allemaal dingen aanwijzen in je leven. Dat was het moment dat ik ervoer dat ik discipel van Jezus werd. En nu wordt ik van discipel uitgezonden, dus een apostel. 

Martijn Dreschler – Master Missionaire Gemeente,  14 april 2015 (Kampen)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: