Dean Flemming – Contextualization in the New Testament (2005)

[Lees in 6 minuten] Er is een grote toename geweest in aandacht voor contextualisatie. Flemming gaat in de op vraag wat verantwoorde contextualisatie is, op basis van het Nieuwe Testament (NT). Het NT voorziet in verhalen over manieren waarop gecontextualiseerd werd (het proces zelf) en is zelf in haar vorm ook een manier van contextualisatie (als product). Wat betreft het boek Handelingen stelt hij dat het als product een onderdeel van een specifieke culturele en literaire wereld uit de eerste eeuw, een door Lukas in een narratieve vorm gegoten theologisch onderwijs, gericht op christenen uit de heidenen die moeten weten wie ze zijn en hoe ze moeten leven. En daarnaast bevat het boek de boodschap dat binnen Gods grotere plan, de taak van de kerk is om de wereld te bereiken en te veranderen. De individuele verhalen worden door Lukas gebruikt als voorbeelden voor hoe de kerk kan contextualiseren en laten zien dat het Evangelie in zichzelf grenzen en culturen overstijgt en mensen accepteert in wat voor omstandigheden ze zich ook maar bevinden. Ook helpt Lukas de kerk met voorbeelden om door de Geest geleid beslissingen te kunnen nemen in nieuwe situaties. De gebeurtenissen met Petrus en de heidense hoofdman Cornelius en de vergadering in Jeruzalem worden volgens Flemming door Lukas gebruikt als case-studies voor het doen van contextuele theologie, die laten zien dat de kerk zelf ook een transformatie moet doorgaan. Paulus wordt door Lukas neergezet als modelzendeling: flexibel en cultureel sensitief. In het proces van contextualisatie in het NT komen veel verschillende elementen aan bod, waaronder de leiding door de Geest, het luisteren naar de Schriften en woorden van Jezus en getuigen verhalen van wat God aan het doen is. Handelingen nodigt ons uit om deel te nemen in deze paradigmatische situaties.

Ook de Evangeliën zijn ieder afzonderlijk gecontextualiseerde producten die passen in de populaire literaire vormen van de wereld in die tijd, met name de Grieks-Romeinse. Tegelijkertijd stijgen ze ook boven de bestaande literaire vormen uit doordat ze hun karakter en doel niet ontlenen en aanpassen aan deze wereld maar aan de vroege kerk. Ze laten zien hoe de christelijke boodschap nieuwe uitdrukking krijgt voor een nieuw publiek. Vervolgens beschrijft Flemming enkele inleidende kwesties zoals publiek en doelstelling die kenmerkend zijn voor ieder Evangelie afzonderlijk. De kerk kan vanuit het Nieuwe Testament leren om het verhaal op verschillende manieren te vertellen. En tegelijkertijd blijven alle verhalen een samenhangend geheel. De nadruk moet niet een verzameling theologische uitspraken zijn, maar een levend verhaal. Daarnaast zou het luisteren naar de Evangeliën ons moeten helpen om in onze eigen context en verhalen te laten zien hoe God werkt. Ten derde blijft het verhaal zelf altijd meer en groter dan specifieke culturele uitdrukkingen daarvan en tot slot moedigt het NT ons aan om juist diversiteit in uitleg aan te moedigen. Flemming stelt dat de traditie/gemeenschap, de Heilige Geest, de Missie/transformatie en het Evangelie zelf de kaders vormen waarbinnen we vrijheid hebben om verantwoord te contextualiseren. We hebben tegenwoordig te maken met veel verschillende culturen in een geglobaliseerde postmoderne wereld. Volgens Flemming kunnen we daarop aansluiten door opnieuw het belang te laten zien van gemeenschappen, door in plaats van dogma’s weer de nadruk te leggen op verhalen, en door meer nadruk te leggen op voorstellingsvermogen, esthetiek in plaats van harde feiten en logica.

Discussie

Net als Stefan Paas gebruikt Flemming de incarnatie van Jezus om contextualisatie te begrijpen. God kwam in het lichaam van Jezus van Nazareth, een Jood in een bepaalde tijd, God contextualiseerde als het ware zichzelf. Ook gebruikte Jezus herkenbare voorbeelden in zijn toespraken en paste zijn boodschap aan aan de hoorders. Nu is de incarnatie een paradigma voor “mediating God’s redeeming presence in the world today.” We moeten in de huid van onze omgeving kruipen, en vanuit daar ook het Koninkrijk brengen in verandering van menselijke instituten. Flemming verbindt kruis en opstanding voornamelijk aan dit transformationele aspect. Ook Walls heeft dit uitvoerig uitgelegd en gekoppeld aan de vertaalslag die in communicatie plaatsvindt tussen zender en ontvanger. En beschrijft daarnaast dezelfde spanning tussen “indiginization-principle” en  “pilgrim-principle”, waar Flemming spreekt over “athomeness” en “prophetic transformation.” Opnieuw klinkt bij Flemming ook het denken van Chris Wright door, met de beschrijving van de missie van de kerk als participatie in Gods grotere plan. Contextualisatie, gebaseerd op lessen uit het NT is dan ook interessant, maar Wright en Walls laten aanvullend op elkaar ook zien hoe in het Oude Testament contextualisatie al terugkomt.

Pieter Boersema is van mening dat de benadering van Paulus tot de heidenen in Lystra wel een voorbeeld van Lukas is, maar dan een voorbeeld van hoe het niet moet, een verkeerde contextualisatie. Hoofdstuk 17 laat dan vervolgens zien hoe het wel moet. Flemming is het hier niet mee eens. Hij stelt dat Paulus in het eerste geval onbeschaafde en in het tweede geval beschaafde heidenen toespreekt, en dat we kunnen leren uit de verschillen.

Het is volgens mij waardevol om de beschrijving van Flemming toe te passen in combinatie met Paas om tot een verantwoorde contextualisatie in de huidige Nederlandse cultuur te komen. Er wordt onder andere door Paas wel gesproken over dat we moeten nadenken over een contextualisatie voor sterken die alles al hebben, maar de verschillende uitleggers van wat het Evangelie is, constateren telkens dat het Goede Nieuws vooral op armen en gemarginaliseerden wordt gericht. Ook laat Winn in zijn nadruk op het Koninkrijk het Evangelie van Johannes liggen. Hiermee is zijn nadruk op het Koninkrijk misschien te eenzijdig.

Review

Dat het kruis volgens Flemming vooral de transformatie van kerk en cultuur beslaat ben ik het niet helemaal mee eens. Natuurlijk is er een moment dat het oude en zondige in een cultuur of kerk moet sterven met Jezus aan het kruis, maar het kruis is toch ook de climax van de overgave van Jezus aan de wereld? Zo ver ging de liefde van Jezus voor ons dat Hij zelfs zijn leven voor ons, zijn vijanden, gaf. In dat opzicht is het kruis dus ook verbonden aan de onvoorwaardelijke zelfopofferende acceptatie van de kerk of cultuur. Met andere woorden, als een cultuur bereikt is met het Evangelie, dan moeten we niet alleen maar wachten tot het oude met Christus sterft, maar dan moeten we die cultuur liefhebben zoals Christus ons heeft liefgehad.

Flemming voorziet in een zeer overzichtelijk schema van de preken van Paulus. (86-88) Dit soort schematische weergaven maken zijn boek tot een bruikbaar handboek bij het lezen van de Bijbel. Daarnaast zouden mijns inziens veel meer theologische publicaties hun ingewikkelde theorieën schematisch moeten weergeven om de leesbaarheid te bevorderen. Prachtig ook om de lijn in de Evangeliën bij Flemming te zien, je zou haast kunnen zeggen dat je als christen begint in je eigen religieuze omgeving, met Matteüs. Je kent de verhalen van het Oude Testament, en nu leer je dat alles op Jezus wijst. Daarvoor zou je als kerk de jeugd vooral het OT moeten aanleren. Dan leer je Jezus kennen, maar ook wat het kost om discipel te worden in Marcus. Misschien gaat deze tijd sterk gepaard met beproevingen en ellende, en kun je het Evangelie nog een keer lezen, maar nu gericht op Marcus. Dan ga je de wijde wereld in, van discipel wordt je apostel. Je ontmoet culturen waarin Jezus onbekend is. Lukas is uiterst geschikt om nu te lezen, zeker in combinatie met zijn tweede boek Handelingen. Dan verdiep je je eigen geloof, je geloof krijgt een diepere spirituele lading in de intieme relatie met Jezus Christus. Je leest mee met het Evangelie van Johannes. Met de beeldende taal sluit Johannes misschien wel goed aan bij postmoderne spiritualiteit. Johannes de evangelist begint zijn verhaal met Johannes de Doper die Jezus als Lam van God aanwijst in de werkelijkheid. Zo wijst Johannes de evangelist met zijn Evangelie Jezus aan in de werkelijkheid van de filosofische en religieuze wereld uit die tijd.

Martijn Dreschler – Master Missionaire Gemeente,  14 april 2015 (Kampen)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: