Stefan Paas – Werkers van het laatste uur (2003)

[Lees in 5 minuten] Hoe moeten we toetreders welkom heten in de kerk? Die vraag staat centraal in dit boek van Stefan Paas uit 2003. Dat lijkt alweer lang geleden, maar voor kerken die nadenken over de vraag hoe zij op de wereld buiten de kerk betrokken willen en kunnen zijn is dit thema nog onverminderd actueel.

Paas benadrukt dat gemeente en evangelisatie niet van elkaar te scheiden zijn. De gemeente moet worden betrokken, allereerst omdat haar veelheid aan gaven nodig is bij het getuigen van het Koninkrijk. Daarnaast omdat toetreders in een gemeente kunnen worden opgevangen en niet al het werk op de individuele getuige neerkomt. Ten derde is ze nodig voor de theologische groei van de gemeente en ten vierde is ook de sterkte prediking afhankelijk van haar verbinding met evangelisatie. Daarnaast hebben ontvangers in hun proces steun uit de gemeente nodig. Omdat de situatie van de gemeente in de maatschappij is verschoven naar een marginale positie kan de hedendaagse kerk opnieuw lering trekken uit de vroege kerk, met name van het vroeg-kerkelijke catechumenaat. Niet alleen de plaats van de kerk in de samenleving is veranderd, ook de cultuur zelf is de afgelopen decennia veranderd naar een multiculturele en geïndividualiseerde samenleving. Ook de mensen waar de plaatselijke gemeente mee te maken heeft zijn veranderd, steeds minder mensen hebben nog enige kennis van het christelijk geloof. Ook zijn mensen in steeds mindere mate te beschrijven als traditioneel, en steeds meer als modern of postmodern. Tot slot is onder meer door deze veranderingen de kerk zelf veranderd, te zien aan de opkomst van de evangelische beweging en de vorderende polarisatie van standpunten bij oudere generaties. Paas constateert een grotere kloof “tussen het ‘normale kerkelijk leven’ en de geseculariseerde toetreder,” (44) waarbij kerken als ruimteschepen “geïsoleerde gemeenschappen binnen een samenleving die er heel anders uitziet,” (48) zijn geworden. Het probleem is dat kerken nauwelijks procedures hebben om buitenstaanders naar binnen te krijgen.

Paas vervolgt dat de huidige praktijk belangrijk is om in rekening te brengen. Kleinschalige onderzoeken in Nederland laten de volgende lessen zien van niet-christenen die hun weg naar de kerk hebben gevonden: (56-65)

  1. Mensen komen in contact met de kerk door langdurige, persoonlijke contacten;
  2. Mensen kunnen zowel op jongere als op oudere leeftijd de weg vinden;
  3. De overgang is meer een proces dan een moment;
  4. Het besef van zonde en schuld komt niet aan het begin;
  5. Sommige toetreders maken bijzondere ervaringen mee;
  6. De christelijke gemeenschap is erg belangrijk;
  7. Cursussen en kringen zijn erg belangrijk;
  8. Er bestaat behoefte aan persoonlijke begeleiding;
  9. De rol van de predikant is belangrijk;
  10. Verdere groei in de gemeente en in kerkelijk leven is moeilijk.

Discussie

De theoloog Richard Lovelace laat in Dynamics of Spiritual Life zien dat de missionaire gerichtheid van een gemeente één van de secundaire voorwaarden is voor haar bestaan en voortzetting. Dit lijkt op hoe Paas stelt dat evangelisatie ervoor zorgt dat kerken in hun theologie en prediking krachtig blijven, omdat ze telkens opnieuw geïnspireerd wordt door de buitenwereld. Wat Paas betreft zou het misschien wel één van de primaire voorwaarden kunnen zijn voor het voortbestaan van de gemeente.

Het concept van Gertjan Roest voor introductie van niet-christenen in het christelijk geloof sluit goed aan op het probleem dat Paas stelt, waarin kerken niet weten hoe ze buitenstaanders de kerk in kunnen krijgen. Mogelijk is één van de antwoorden het houden van introductieavonden op basis van een dergelijke methode. Roest stelt ook dat in voorgaande pogingen niet-christenen te bereiken met het christelijk geloof juist is gebleken dat, hoewel mensen wel geïnteresseerd waren en zelfs zijn gaan geloven, ze nauwelijks deel zijn gaan nemen aan de christelijke gemeenschap. Paas stelt in een beschrijving van de huidige cultuur dat dit juist een groot probleem is in deze tijd en het praktijkvoorbeeld van Roest laat zien dat het laten ontstaan van betrokkenheid bij de gemeente in de praktijk nog steeds problematisch is.

Review

De manier waarop Paas de groepen mensen met verschillende identiteiten (modern, postmodern en traditioneel) onderscheid is wel erg zwart-wit. Is het niet zo dat vrijwel alle mensen in de huidige samenleving een tik hebben meegekregen van de moderniteit, hier en daar nog traditionele wortels hebben, en nu ook al beïnvloed zijn met de postmoderne pluraliteit? Laat bijvoorbeeld Roxburgh in Missional Map-making niet zien dat of je jezelf er nu bewust van bent of niet, maps uit de moderniteit onze kijk op de samenleving nog steeds bepalen, los van de veranderingen in de huidige cultuur? En is een postmoderne identiteit wel te onderscheiden van een moderne identiteit? Dekker en Stoffels laten in Godsdienst en samenleving zien dat sociologen het daar nog niet over eens zijn.

Toch vind ik het wel mooi dat Paas oog heeft voor traditionele en moderne identiteit bij mensen in de huidige samenleving. In veel andere recente literatuur worden deze compleet overschaduwd door de aandacht voor een postmoderne identiteit. Hiermee doet Paas meer recht aan de complexiteit van de huidige Nederlandse samenleving. Mensen op het platteland zijn volgens mij echt minder ‘besmet’ met postmoderne waarden.

Martijn Dreschler – Master Missionaire Gemeente, 31 oktober 2015 (Kampen)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: