Stefan Paas – Jezus als Heer in een plat land (2001)

[LEES IN 10 MINUTEN]

Nederland is opnieuw een zendingsland geworden. Dit boek gaat erover welke consequenties dat heeft. Volgens Paas kunnen we in deze tijd putten uit de kennis die is opgedaan bij overzeese zending. Dat Jezus ons opzocht in onze zonde betekent voor ons dat wij hen moeten benaderen op de plek waar zij zich bevinden, met hun vragen en niet met onze eisen. Daarom moeten we ons ook goed verdiepen in de cultuur waarin wij leven. Het model ‘incarnatie’ dat Paas gebruikt sluit daarbij aan. Ga eerst de wereld in en verkondig dan het Evangelie. Incarnatie, Kruis en Opstanding samen betekenen concreet dat dit het criterium is waarmee de cultuur wordt benaderd, dat een plaatselijke kerk mobiel en flexibel zal moeten zijn, dat we handelen als dienende in plaats van overheerser of manipulator en zal de kerk niet alleen groepen moeten opzoeken waar ze zich veilig voelt en moeten proberen ongezonde afhankelijkheidsrelaties te voorkomen. Incarnatie betekent ook dat we worden bevestigt in ons mens-zijn zoals God ons geschapen heeft en ons niet van de wereld en van menselijk genieten hoeven te onthouden. Zending als incarnatie betekent ook het brengen van een offer: Het opgeven van comfort en luxe, familie en vertrouwde vormen en tradities. Het begeven tussen zondaars, niet vanuit je eigen verlangens, maar vanuit het Evangelie. Paas stelt scherp dat evangelisatie te vaak wordt gezien als een bijzondere activiteit van het kerkzijn, terwijl het in alles wat we doen er ook op gericht moet zijn om anderen te ontvangen en niet-gelovigen in contact te brengen met God. Wat culturen betreft is het belangrijk dat geen enkele cultuur volkomen heilig is en dat tegelijkertijd geen enkele cultuur volkomen slecht is. Een christelijke houding is dus zowel kritisch als bevestigend tegenover de cultuur. De balans hiertussen vinden we bij het kruis, als teken van oordeel en liefde. Wat kenmerkend is aan deze opvatting is het vreemdelingschap.

In hoofdstuk 4 stelt Paas dat als je met Evangelisatie begint met waar het probleem in de cultuur ligt, dan het gevaar bestaat dat het Evangelie, het aanbod, op die vraag uit de cultuur wordt afgestemd en dat het aanbod door de vraag wordt bepaald. In communicatie van het evangelie is het daarom van belang dat recht wordt gedaan aan de relevantie van de boodschap, dat wil zeggen dat de ontvanger begrijpt waar het om gaat en de boodschap heeft op adequate manier betrekking op de situatie. Maar de acceptatie van de boodschap door de ontvanger moet niet als maatstaf gekozen worden voor de verkondiging van het Evangelie. Het kruis blijft een dwaze boodschap en wordt in haar relevantie niet altijd herkend. Daarnaast zou zending gericht op vervulling van behoeften snel manipulatie kunnen worden. Tot slot suggereert een behoeftegericht evangelie een probleemoplossing terwijl de weg een weg van kruis dragen is. Hij keurt het in de zending vaak gemaakte onderscheid tussen vorm en inhoud, tussen wat primair en secundair is, af. Vertaling is onmogelijk voor mensen en is altijd een risico onder leiding en in vertrouwen op Gods Geest. Als het lukt is het ten diepste genade.

Discussie

Alan Roxburgh sprak over een voor mij verrassende uitleg van Lukas 10 die goed bij het incarnatie-model van Paas aansluit. Daar worden de 70 niet de wereld in gestuurd om een geestelijke oogst binnen te halen, maar om gewoon de mensen uit hun eigen omgeving te gaan helpen met de concrete oogst binnen te halen. Je bent met Jezus opgetrokken, een veranderd mens geworden, en nu moet je in die hoedanigheid opnieuw verbinden aan je eigen omgeving. Niet met een verborgen agenda, maar gewoon uit liefde voor de ander. Toch is er ook kritiek op het gebruik van de term incarnatie in de context van zending. Tim Chester schrijft bijvoorbeeld dat het Jezus was die incarneerde en wij dat niet zullen kunnen, dat het onze opdracht niet is en dat het niet zal helpen. De gevaren die Chester noemt bij het gebruik van deze term zijn onder andere dat er geen grenzen meer zijn in hoeverre iemand wereldgelijkvormig kan worden, dat mensen het aangrijpen om gewoon aanwezig te zijn zonder agenda, dat de focus komt te liggen op uiterlijke overeenkomsten en dat christenen zich niet alleen maar zouden moeten aanpassen aan de cultuur maar haar ook zouden moeten transformeren. In plaats daarvan zouden we ons moeten afvragen hoe we de mensen in onze omgeving zouden moeten dienen en hoe we ze zouden kunnen winnen.[1] Paas onderkent wel enkele van deze gevaren maar lijkt, net als Roxburgh, het hebben van een verborgen agenda toch af te keuren. Bovendien is het natuurlijk wel waar, wat Tim Chester zegt, dat incarnatie uniek is, maar dat is Jezus’ dood aan het kruis ook, terwijl het NT christenen toch ook aanspoort om dat aspect te imiteren (bijvoorbeeld in Paulus’ brief aan de Romeinen, Hoofdstuk 12).

Een ander belangrijk punt is dat Paas laat zien dat ook het Nederlandse christendom een inculturatie is en niet de superieure vorm van het christendom. Hiermee beschrijft hij een breed gedeeld inzicht in de missiologische reflectie op zending in de afgelopen eeuwen, onder andere terug te vinden in de beschrijving van Gort. De subculturele christelijk taal moet dus opnieuw vertaald worden naar de andere culturen in ons land. Zeker op het gebied van voorbeelden uit de Bijbel met een gelijke lading in onze cultuur kan nog veel verbeteren. Vanuit dit besef naar het stichten van gemeentes kijken, betekent dus ook dat we oude vormen van kerk zijn (die geworteld zijn in een bepaalt subcultureel denken over wat christen zijn is) moeten loslaten, en gemeentes moeten stichten in de andere culturen in ons land. Dat betekent misschien wel een café, een buurthuis, een clubhuis, een voetbalstadion, een winkelcentrum, een kantoor. Ook het gebruik van native speakers is belangrijk. Heeft de gereformeerde kerk dan niet nog steeds een te beperkt bereik door relatief intellectuele en hooggeschoolde kerkdiensten, kerkleiders, opleidingen en gemeenteleden? Misschien dat we ook hier onze ratio een andere plek moeten geven om in de samenleving te ontdekken waar de West-Europese vorm van christendom naar toe zal moeten gaan.

Welke christen begint overigens niet met geloven door een zelfzuchtig: wie is God voor mij? Zo beginnen relaties met anderen toch ook vaak? Ik wil niet alleen blijven, ik heb behoefte aan gezelschap. Gods weg is juist vaak aansluiten bij ons beperkte verlangen. Om dan daarna door groei in geloof de vraag te ontdekken naar wie ik ben voor God? Je kunt dit trouwens ook terugzien bij andere theologen en denkers over geloof, bijvoorbeeld in de trappen van spiritualiteit van Bernardus van Clairvaux.

Review

Het brengen van een offer als metafoor voor zending is heel herkenbaar voor mij. Ik ging eerst het leger in, voor mezelf, voor het eigen avontuur, voor het geld. En op de tweede plaats kwam pas de overtuiging dat het belangrijk was dat ook hier christenen waren, dat ik juist daar contact kon hebben met niet-christenen. Maar het ging helemaal mis. Ik kon christelijke principes niet meer hoog houden, en ging helemaal op in de wereldse bezigheden. Dus met de verkeerde overtuiging en houding ergens je onder niet-christenen begeven, is ook niet goed. Dan begrijp ik de farizeeën wel, als ze de liefde voor God nog niet begrijpen, dat ze zich onthouden van die plekken waar de verleiding op de loer ligt. Nu ben ik veranderd en kan ik vanuit de overtuiging om het Evangelie te brengen misschien wel opnieuw in het leger gaan, en nu als offer in plaats van eigen belang. Nu uit liefde voor hun in plaats van voor me zelf. De bespreking van de vraag wat het kruis dragen is, is voor mij wel een eye-opener geweest. Ik ben zelf ook geneigd om dit snel in te vullen met “spot, laster, vervolging.” (Pagina 40) Maar dat het hier juist gaat om: “de bereidheid om gekoesterde zaken op te geven ter wille van het evangelie, ook als dat pijn doet,” betekent veel meer dat ik de heiliging die ik heb ervaren, niet als heilig huisje moet koesteren. Ik heb gemerkt hoe erg ik dan Farizese trekjes krijg. Echte heiliging zou juist moeten betekenen dat je vrij tegenover alles staat, en dat je deze vrijheid gebruikt om mensen die slaaf zijn in hun mens zijn te zien en op te zoeken. Ook als zij vast zitten in zonden waar ik zelf een gruwelijke afkeer van heb gekregen door mijn eigen verleden. Ik heb hier lang over nagedacht, wat betekent wereldgelijkvormigheid? Wat betekent vreemdeling? En ik geloof hier wel een kern te zien bij de beschrijving van Paas: het is niet wat je doet, maar vanuit welke overtuiging je het doet. Zelfzucht of naastenliefde? Jezelf ontplooien, je bestemming zoeken en vinden, is enorm onderdeel van onze cultuur. Ik heb hierover getwijfeld en zie nu dat dit iets prachtigs is om te vinden in combinatie met de wil om jouw bestemming en zelfontplooiing in te zetten voor het Evangelie. En toch blijft er bij mij dan wel een mengeling van eigen belangen en offer door elkaar lopen. 

Paas’ boek dateert van bijna 20 jaar geleden. En dat is soms te merken. Waar hij nog spreekt over het ‘omdenken’ van Nederland als christelijk land tot zendingsgebied, bespeur ik in mijn omgeving dat dit besef al sterk aanwezig is als standaardgedachte. Dus zijn boek heeft een goede uitwerking gehad in de afgelopen jaren. In de kritiek van Paas op dit behoefte gerichte evangelie ontstaat bij mij de vraag op basis waarvan dan bepaald mag worden wat goed is in de schepping, en menselijk, en waar dus positief op aangesloten mag worden, en aan de andere kant wat zonde en verdorven is. Want hij tekent de situatie bijna zo als dat de behoefte van de mens en het Evangelie volkomen langs elkaar heen zouden moeten functioneren. Terwijl veel lijden toch een symptoom is van het zelfde diepe probleem. We moeten alleen niet vergeten dat de oplossing veel dieper reikt dan mensen zich kunnen voorstellen. Maar dan kan een schema van Maslow (pagina 63) toch nog steeds een in de schepping gelegd behoefte schema zijn? En niet, dan vraag ik me af op basis waarvan bepaald menselijk genot wel in de schepping gelegd is. En moeten we dan mensen laten sleutelen aan hun eigen behoeften? Het positieve wat Paas heeft richting culturen, mag hij ook hebben ten opzichte van behoefte van mensen. Nu is het te eenzijdig kritisch in mijn ogen. Confronterend voor mij wordt het op pagina 65 over een sterk postmodern therapeutisch gestempelde theologische nadruk, die aansluit bij behoefte aan persoonlijke identiteit en vervulling. Ik herken deze tendens, ook in bijvoorbeeld een podcast die ik veel luister van David de Vos, maar is het niet zo dat juist in de therapeutische kennis over de schepping  heel veel van Gods Woord opnieuw ontdekt kan worden. Zonde is een mooi theologisch en Bijbels begrip, maar nu zie je hoe in de psychologie ontdekt wordt wat er in een mensenleven gebeurt en zie je dat dit sterk overeenkomt met het probleem op wereldwijde schaal in de Bijbel. Een therapeutisch evangelie past mijns inziens best bij een individualistisch tijdperk. Natuurlijk heeft de Bijbel een veel bredere visie, want zonde zit ook in volken, in systemen, in de wereld en in de schepping. Maar de mens als beeld van God laat duidelijk zien waar het mis gaat en heeft net als het zuchten van de schepping, een oprecht verlangen in zich naar de openbaring van Gods kinderen. De aanvullingen die Van Loon maakt: het lijden moet serieuzer worden genomen, het kwaad moet niet worden onderschat, identiteit door zelfopoffering en radicale onderwerping aan God, zijn vanzelfsprekend belangrijk, maar bij David de Vos komen deze dingen ruimschoots aan de orde. En ook al zijn we er mede-schuldig aan, dat zijn we toch aan alle zonden? En dat maakt de behoefte toch niet meer of minder oprecht?

Paas gaat daarna wel in op de Scheppingstheologie, en had dat wat mij betreft net zo kunnen verwoorden als de bespreking van cultuur: kritisch en bevestigend. Kern van het probleem voor evangelisatie: zeg je dan dat de mens zich zal verliezen? Kijk naar Levi, hij is vastgelopen, zijn leven werkt niet. Dat erkennen en Jezus stem doen hem opstaan en Jezus volgen toch? De noden en behoeften zijn er, en natuurlijk staat dat ver van hoe het bedoeld is, maar het verlangen naar iets anders is toch een halve erkenning dat je leven op dat gebied mislukt is? De verloren zoon keert ook pas terug als zijn sabbatical op niets uit is gelopen. Of moet er dus onderscheid worden gemaakt tussen ex-christenen (zoals verloren zoon en Levi) en helemaal bij seculieren? Ik denk dat allebei de groepen het spoor bijster zijn geraakt en  dat erkennen en verlangen naar iets beters is alleen maar de opening voor terugkeer. Dus goede behoeften. Natuurlijk moet je mensen wel therapeutisch ervan doordringen dat de behoefte aan een auto of aan seks een symptoom is van een dieper gemis, maar dat gebeurt in therapie ook. Ik kijk toch wat positiever naar de mens in al zijn kromme behoeften, doordat ik zie dat dit slechts een vertekent beeld geeft van een mens die vaak een mooi verlangen had.


[1] timchester.wordpress.com/2008/07/19/why-i-dont-believe-in-incarnational-mission/

Martijn Dreschler – Master Missionaire Gemeente, 2 juli 2015 (Theologische Universiteit, Kampen)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: