Arjan Markus – Adieu God (2010)

[LEES IN 6 MINUTEN] Markus wil het gesprek voeren over het afscheid van de God van het christelijke geloof dat gaande is in onze cultuur. Kunnen moderne mensen geloven? Wel in iets, maar ook in iemand? Vanzelfsprekend geloof in God of juist atheïsme is te makkelijk. Je weet het gewoon niet helemaal als mens. Ook onverschilligheid hierover verbaasd Markus. Geloof dat dan niet eens aan de werkelijkheid hoeft te beantwoorden. Hij hoopt dat het wel werkelijkheid is, met een persoonlijke God, en geen menselijk geprojecteerd gevoel of verlangen. Persoonlijk is dan een God die de kenmerken heeft van een persoon, zoals zelfbewustzijn, wil, intenties, emoties, etc.. Eerst gaat Markus in op de rol van de wetenschap ten opzichte van geloof. Hoe kunnen de verklaringen van de wetenschap het geloof in een persoonlijke God problematisch hebben gemaakt. Belangrijk in de discussie met wetenschap is om het onderscheid tussen fysische en metafysische uitspraken helder te houden, en dat moderne wetenschap in principe beperkt tot het fysische, door een methodologisch atheïsme. Waar het mis gaat is wetenschap die metafysische uitspraken gelijkschakelt aan fysische uitspraken en geloofsuitspraken over de fysische werkelijkheid. Voorzichtig wijst Markus erop dat vroeger helemaal geen conflict tussen de scheppende God en de waarneembare werkelijkheid werd gezien. Wat de opstanding betreft laat Marcus zien dat het voor ons vooral hoogst onwaarschijnlijk is, maar meer kun je niet zeggen. Je kunt ook niet zeggen dat je puur wetenschappelijk kijkt, er spelen altijd diepere en grotere perspectieven een rol in hoe je de werkelijkheid ziet en we geloven ook in liefde, terwijl dit moeilijk fysiek waar te nemen is. Ook muziek is iets dat het waarneembare overstijgt. Markus noemt een wonder een anomalie. “Een gebeurtenis onverklaarbaar in termen van onze huidige wetenschappelijke theorieën.” (30) Daarna gaat Markus in wat je je zou moeten voorstellen bij een God die actief is in deze wereld. Wij zijn gehecht aan verantwoordelijkheid en zelfstandigheid en vrijheid. We zijn allergisch voor anderen die ons iets willen opleggen. Marcus laat vanuit het christelijke denken zien hoe God handelt:

  • God als stekker in het stopcontact. God is de voorwaarde voor ons bestaan en faciliterend in plaats van concurrent.
  • Maar God faciliteert niet alleen, Hij is ook procesmanager. In christelijk denken leidt God natuurlijke processen en hebben mensen een eigen verantwoordelijkheid en keuzevrijheid.
  • Gods handelen kan daarnaast worden opgevat als een tegenspeler, maar daarin zet Hij ons als handelende persoon niet buitenspel.
  • Of als een inspirator waarbij God motiveert zonder te dwingen.

Tegelijkertijd wordt je leven altijd beïnvloed van buitenaf. Complete autonome schepping van je eigen leven is een illusie en is ook onbarmhartig voor mensen met veel tegenslagen. God is een van de mede managers zonder onze vrijheid en verantwoordelijkheid te ontnemen.

Drie problemen met het lijden zijn:

  1. Het logische probleem: Tegenstrijdige opvattingen. God is goed, almachtig en alwetend, en tegelijk van mening dat er veel kwaad is in de wereld. 
  2. Het plausibiliteitprobleem: de hoeveelheid kwaad maakt een God onwaarschijnlijk.
  3. Het existentiële probleem: getroffen door lijden, kun je dan nog in zo’n God geloven?

Christenen vinden op existentieel niveau houvast in het gehoord worden door God en in het geloof in God die zelf het lijden van de mens heeft opgezocht en uitzicht op een einde aan kwaad heeft gegeven. Tot slot gaat Markus in op de vraag wat we nou van een persoonlijke God kunnen weten. Tussen projectie van onszelf en totale onkenbaarheid stelt Markus voor dat God zich wil laten kennen via kanalen die voor ons begrijpbaar zijn. In de ervaringen over God in de Bijbel en in het bijzonder in het verhaal over Jezus kun je de contouren van God leren kennen. Maar het blijft een vreemde God.

Discussie

Ik moest denken aan de stelling die iemand een keer opwierp: als we God als gaatjesvuller blijven zien, dan zul je uiteindelijk je geloof verliezen. Want alles kan ook weer verklaard worden. Marcus ziet de persoonlijke God in zijn inleiding ook nog teveel in de  bijzondere dingen die je even meemaakt. Ook in de uitspraak: “God zou ook best dingen in de wereld kunnen doen die wel wetenschappelijk verklaarbaar zijn”(29) legt Markus te veel nadruk op het vreemde in plaats van het normale. Volgens mij moet je God vooral gaan zien in de alledaagse verklaarbare schoonheden. Laat een wonder een wonder blijven, ook als God een wonder doet is het een wonder. De dingen hebben hun geheim, schreef Van den Beukel. Een persoon is meer dan een verzameling moleculen en atomen. Wat dat betreft is het onderscheid dat gemaakt wordt door de filosoof Dooyeweerd verhelderend. De werkelijkheid is hetzelfde maar je onderzoekt een andere modaliteiten met andere methoden. 

Toch vind ik dat Markus het wat betreft liefde en schoonheid te veel zoekt in het bijzondere. Want ook liefde en muziek is nauwkeuriger in kaart te brengen door hormonen en energie in je lichaam. Het boek van Dick Schwaab zou al deze overstijgende argumenten af doen als stofjes in ons brein. Misschien moeten we dus zelfs nog verder kijken en proberen te begrijpen wat Schwaab bedoeld. Ik zie dan echt wel mogelijkheden dat hij gelijk heeft, vanuit een bepaald perspectief. Ik heb me er te weinig in verdiept om dat hier uitvoerig te bespreken, maar stel dat alles steeds meer in die richting gaat wijzen, dan valt het nog het best te verklaren als wonderbaarlijk waarneembare creatief geschapen werkelijkheid, in plaats van een bovennatuurlijke touch in deze werkelijkheid. Het gevaar is wel dat we God dan teveel in het waarneembare gaan zien, panentheïsme, maar God laat juist heel veel van zichzelf zien in ons brein, en blijft daar toch los van staan. Dat is een geloofsuitspraak. 

Ook een leuk voorbeeld over een heikel punt: waarom zou je mensen maken als ze kwaad doen? Ook Boyd gaat hier mooi op in. Intellectueel behapbaar, prettiger dan contingentie theorieën. Maar ook weer ver van de werkelijkheid. God wil laten zien wie Hij is, en de keuze om ons te scheppen komt toch veel sterker en realistischer terug in de huidige keuze mogelijkheid voor ouders om kinderen op de wereld te zetten. Natuurlijk doe je dat! Maar ze kunnen ook de grootste moordenaars en tirannen worden die er bestaan. 

Review

Mooi hoe Markus zijn boek begint. Hij sluit goed en op respectvolle manier aan bij zoekers. De hoop deel ik, en ik vermoed dat deze hoop ook een mooi aansluitpunt is bij niet-christelijke zoekers. Durven we nog te dromen, of hebben we onze hoop weggedrukt? Ook de zelfontplooiing en het gebruik van termen zoals procesmanager zijn mooie aansluitpunten. Misschien dat het punt van de wetenschap zelfs al weer een beetje achterhaald is, omdat het onbegrensde vertrouwen hierin niet heeft tegengehouden dat veel mensen weer van alles zijn gaan geloven. Wel gedurfd overigens dat Markus begint met wonderen en de Opstanding. Als hij de niet christelijke lezer mee wil krijgen en ze nog bij blijven na dit punt dan hebben ze wel de kern van het geloof te pakken. Maar ja, blijven ze bij? Het valt me ook in de bespreking van God en het lijden op hoe Marcus toch een intellectueel logische verhaal wil brengen, verpakt in postmoderne inleiding en voorzichtigheid. Ik twijfel of dit niet meer aansluit bij moderne mensen. Of dat dit meer een boek is voor christenen die twijfelen en willen groeien in geloof? Wel mooi hoe markus prachtige gedichten gebruikt en zo op esthetisch niveau wel aansluiting vindt bij een postmoderne lezer.

De verhouding tussen geloof en wetenschap vind ik ook opvallend, maar dan vooral in de kerk. God wordt buiten de werkelijkheid gezocht, niet in de werkelijkheid. God doet wonderen, en heeft nauwelijks iets met bloed, zuurstof of gedragstherapie te maken. God geeft leiding, maar wordt niet gevonden in de orde van de schepping, de loop van de seizoenen, of in een gesprek met een vriend. Je bent een leerling van Jezus, maar dit heeft niets te maken met je huwelijk, je werk, je hoogte en dieptepunten. Waar God wel heel actief in de werkelijkheid bezig is, is het lijden. Daar heeft God alles mee te maken, en daarom bestaat Hij niet, of wordt aan zijn goedheid getwijfeld, want dan zou het echt geen goede God kunnen zijn. Dit is zo krom.

Martijn Dreschler – Master Missionaire Gemeente, 2 juli 2015 (Theologische Universiteit, Kampen)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: